Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 

Krachttraining als Preventie en Therapie voor aandoeningen

Veranderingen van de motorische kracht bij het ouder worden en bij ´n specifeke levensstijl
door Prof. Dr. Dietmar Schmidtbleicher, instituut voor Sportwetenschap in Frankfurt

Symposium Berlijn op 3 november 2007 over spieratrofie
Sinds het einde van de zestiger jaren werd wetenschappelijk aangenomen, dat krachtsvaardigheden slechts tot een bepaalde leeftijd te trainen is.
Deze mening werd in veel leerboeken vertolkt en kreeg van hieruit grote bekendheid. De oorzaak van deze aanname en bekendheid ligt vermoedelijk in het gegeven, dat het aandeel van de spiermassa als aandeel in de totale lichaamsspiermassa vermindert, van ongeveer 38-40 kg spiermassa naar 26 kg bij een 70 jarige. Omdat een vergelijkbare afname van het lichaamsgewicht niet waargenomen wordt, verslechtert het krachtsaandeel per kilogram lichaamsgewicht en daarmee de relatieve kracht (Bringmann, 1984. 
In de jongste onderzoeken wordt overeenkomstig bericht, dat men ook op hoge leeftijd positief op krachtsprikkels reageert (Israel 1992). Vooral indrukwekkend wordt het bewijs geleverd door een studie van Fiatarone et al. (1990) met betrekking tot training van hoogbejaarde mensen. Aan deze studie werd deelgenomen door 9 personen tussen 86 en 96 jaar. Genoemde groep trainde 3 maal per week over een periode van 8 weken. Na ’n aanvankelijke belasting van 50% van het individuele maximum werd de belastingsintensiteit verhoogd tot 80%. Alle proefpersonen (zowel vrouwen als mannen) lieten een toename van de maximaalkracht zien (tussen 61% en 374%!). Bij 5 deelnemers werd voor en na de training een computertomografie gemaakt, deze liet een flinke toename van de fysiologische doorsnede van de spieren zien.
Ondanks dat het testosterongehalte bij oudere mensen afneemt, werd toch een toename van het spierkorset waargenomen. Met het oog op de gekozen belastingsintensiteiten en de trainingsduur werd overwegend een neurogene aanpassing verwacht.
Dat ver reikende verbeteringen in het krachtgedrag door adaptatie van neurogene invloeden bereikt kunnen worden, was al eerder bekend (Häkkinen, 2003).

Eerdere publicaties versterken het vermoeden, dat naast ouderdomseffecten aanzienlijke inactiviteiteffecten kunnen optreden. Terwijl wanneer men regelmatig traint ongeveer 80% van de maximaalkracht tot aan 65 jaar behouden blijft, in tegenstelling tot inactieve personen die nog slechts 30% aan kracht over hebben ten opzichte van de kracht die men bezat tussen 20 en 30 jaar.

Stofwisselingssyndroom
door James E. Graves, Ph.D. University of Utah, USA

Het metabole syndroom - stofwisselingssyndroom -  wordt gekenmerkt door een aantal factoren, obesitas, hoog lipidegehalte in het bloed, hoge bloeddruk en een hoog glucosegehalte in het bloed. Deze condities verhogen afzonderlijk het risico van ’n hartaandoening, attaque, perifere vasculaire aandoeningen en diabetes. Wanneer deze aandoeningen in combinatie voorkomen verhogen ze het risico van de aandoening en sterfte. De oorzaak van het metabole syndroom is complex en nog niet geheel begrepen. Alhoewel geen specifieke oorzaak is herkend wordt de algemeen heersende vorm van een metabool syndroom geassocieerd met abdominale obesitas. De algemeenheid van het metabole syndroom vermeerdert met de leeftijd en loopt op tot ca. 40% bij de populatie van de zestigjarigen. Stijging van het lichaamsvet, het teruglopen van de spiermassa (sarcopenia) en de verminderde fysieke activiteit in combinatie met leeftijd zijn de factoren die er aan bijdragen.
Natuurlijk spelen erfelijke factoren een rol alsook individuen met een familiegeschiedenis zijn het meest ontvankelijk voor genoemde aandoening. Het metabole syndroom wordt geassocieerd met een ‘sedentary lifestyle” (een levensstijl die gekenmerkt wordt door grote inactiviteit gedurende het verloop van een dag, alsmede veel bewegingsarmoede). De behandeling bestaat meestal uit ‘n therapeutische verandering van de levensstijl soms ondersteunt met pharmalogische interventie. Vermindering van het gebruik van verzadigde vetzuren en cholesterol alsook het totaal aantal gebruikte calorieën om het lichaamsgewicht op niveau te houden, is aanbevolen.
Echter het ‘aan de lijn doen’ houdt niet alleen het slanke lichaam in stand. Oefening, en meer specifiek weerstandsoefening is cruciaal om een slanke lichaam met een ideaal lichaamsgewicht in stand te houden, dat preventief en curatief werkt op het metabole syndroom.
Verder is spiermassa een metaboolactief weefsel dat mede bepalend is voor de het glucosegehalte in het bloed, dat meestal verhoogd is bij een metabool syndroom.
De algemene regels voor weerstandsoefeningen die mede het glucosegehalte in het bloed regelen zijn dezelfde als die aanbevolen worden voor patiënten met Diabetes Mellitus type 2 (ouderdomssuiker). De oefeningen bestaan uit 8-10 weerstandsoefeningen voor alle grote spiergroepen van bovenst- en onderste extremiteit alsmede van de romp. Deze sessies moeten 2-3 keer per week uitgevoerd worden. Er wordt gestart met een intensiteit van 40/50%  van het 1 RM (1 Repetition Maximum = het maximale gewicht dat 1x verwerkt kan worden) en wordt langzamerhand verhoogd tot 2 à 3 per week met een intensiteit van 70%, afhankelijk van de gezondheidstoestand van de patiënt.
1 of 2 sets van iedere oefening met 12/15 herhalingen per set met niet meer dan 60 seconden rust wordt aanbevolen. Het individuele programma moet 'n maatwerk worden voor iedere patiënt gebaseerd op leeftijd, risicofactoren die aanwezig zijn en metabole graad van het ziektebeeld. Het is belangrijk om passende technieken uit het gewichtheffen te kiezen en voorzorg en bedachtzaamheid te betrachten m.b.t. adequate supervisie aan het begin van het trainingsprogramma. Eerst oefeningen voor grote spiergroepen gevolgd door oefeningen voor kleinere spiergroepen om te voorkomen dat deze spiergroepen al in een vroeg stadium vermoeid raken.
Er zijn ’n paar contra-indicaties m.b.t. weerstandsoefeningen voor patiënten met ’n metabool syndroom. Het is daarom essentieel, dat de patiënt eerst onderzocht is door een medicus en een positief advies heeft voor deze oefenstof.

Het stofwisselingssyndroom, in de Amerikaanse voertaal ook wel “the deadly quartet”genoemd, is een in de westerse civilisatie sterk verbreide aandoening, die in een beangstigend tempo toeneemt. Het gaat hierbij om gezamenlijk optreden van Type II diabetes, hyperlipidemie (hoog vetgehalte in het bloed), hypertonie (hoge bloeddruk) en adipositas (vetlijvigheid). Als grootste oorzaak hiervoor wordt na de huidige kennis van zaken een musculaire insulineresistentie genoemd. De continue toename van dit massale probleem gaat samen met de chronische musculaire onderbelasting in de huidige technische maatschappij.
De rekrutering van de spiervezels door gezondheidsgeoriënteerde krachttraining geeft niet alleen de vereiste kracht voor een pijnloze functie van de bewegingsorganen, doch zorgt er voor, dat de musculatuur in de functie als stofwisselingsorgaan weer actief wordt.
De bekende actieve stofwisselingsprocessen bij de training een rol spelen zijn trainingsfysiologisch ongetwijfeld van groot belang. In het bijzonder geldt dit echter voor de medische gezondheidsaspecten, die voor langdurige aanpassingsprocessen zorgen. Deze laatste zijn het gevolg van een regelmatige en een gezondheidsgeoriënteerde krachttraining.
De sterk onderbelaste en inactieve spieren hebben dus niet alleen gevolgen voor het bewegingsapparaat. Zij leidt onder andere ook tot een civilisatie afhankelijke massafenomeen, het stofwisselingssyndroom. Het gaat hierbij om het steeds vaker gezamenlijk optreden van de volgende symptomen:

  • Type II diabetes (“ouderdomssuiker”)
  • Hyperlipemie (hoog vetgehalte in het bloed)
  • Adipositas (vetlijvigheid)
  • Hypertonie (hoge bloeddruk).
In de USA wordt bovenstaand complex van symptomen ook wel “Syndrome X”of “the deadly quartet” genoemd.
De continue toename van eerder genoemde aandoeningen in de westerse civilisatie heeft als duidelijke oorzaak; een chronische onderbelasting van de musculatuur van de ouder wordende mens in de technisch sterk ontwikkelde maatschappij.
Op dit ogenblik wijst alles erop, dat een musculaire insulineresistentie de oorzaak van het metabolismesyndroom is.
Onderzoek van de actuele literatuur maakt namelijk duidelijk, dat juist krachttraining in staat is, de musculaire insulineresistentie te verminderen, het stofwisselingsproces m.b.t. de glucose in de spieren weer te verbeteren. Dit gebeurt niet alleen door de trainingsafhankelijke toename van het spiermassief, echter ook door een betere capillarisatie en activatie van het insulineafhankelijke transportsysteem voor glucose in het celmembraan van de spiercel.
De kennis, dat krachttraining een wezenlijke bijdrage kan leveren voor een positieve beïnvloeding van de insulineresistentie van de spier, heeft in de laatste 3-4 jaar enorm aan betekenis gewonnen