Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 

De sportmasseur en blessurepreventie

Sport is het laatste decennium een vast onderdeel geworden van de huidige maatschappij. Het aantal sportbeoefenaren neemt steeds toe en sport wordt steeds meer gepropageerd om langer fit en gezond te blijven. Van de andere kant zien we sport als een breder geheel. Sport, niet alleen om te bewegen en te recreëren maar ook om prestaties neer te zetten. Zelfs kan sport als "big business" gezien worden als we weten met welke materialen en middelen de sporter bereikt wordt door de handel. Sportkleding, schoeisel, voedingssuplementen en dorstlessers overstromen de markt. De financiële aspecten bij sport hebben tevens een belangrijke verandering gegeven door de vaak fikse "vergoeding" die sommige (top)sporters mogen ontvangen. Daarbij is de rol die de sponsor speelt steeds nadrukkelijker geworden. Al deze aspecten hebben ertoe geleid dat van de sporter steeds meer verlangd wordt. Men wil meer presteren en men zoekt speciale begeleiders die hierbij een ondersteuning kunnen verlenen. Binnen de verenigingen blijkt vaak dat het aanstellen van een gediplomeerd sportmasseur een kwestie is van de begroting. Echter een zichzelf respecterend bestuur zou zich op de eerste plaats verantwoordelijk moeten voelen voor het verantwoord en gezond sporten door en van hun leden. Het geringe bedrag dat de sportmasseur vraagt ligt meer in de vorm van een onkostenvergoeding en hoeft derhalve geen kwestie van geld zijn. Ik ben mij er echter wel van bewust dat te weinig geld vaak een belemmering inhoudt. Toch is dat anno 1991 een zaak van prioriteiten en het bewust zijn van verantwoordelijkheden. Er zijn ruim 7,5 miljoen sporters in Nederland. 4 miljoen daarvan doen aan sport in georganiseerd verband. 3,5 miljoen mensen sporten voor zich en behoren tot de grote groep van recreanten. Dat wil niet zeggen dat deze groep recreanten maar op een laag niveau sport of sport beoefent met een sterk verminderde intensiteit. Integendeel, vaak sport men juist zeer intensief waarbij men wel zelf wil bepalen wanneer men sport. Ook bij de teamsporten is het niveau en de daaruit voortvloeiende belasting zwaarder geworden. Door veranderde inzichten in de trainingsleer, de financiële mogelijkheden, de verbeterde accommodaties en technische begeleiding is ook hierbij de mogelijkheid tot meer presteren doorgedrongen. Sport is goed, sport is leuk, sport is gezond. Bij dit laatste kunnen we echter wat vraagtekens plaatsen. Is sport wel gezond? Gezien het aantal blessures, dat per jaar meer dan 2,5 miljoen bedraagt, is het gerechtvaardigd te stellen dat sport niet altijd gezond is. Dit betekent dat indien op een verantwoorde wijze sport wordt beoefend het lichaam de degeneratieve verschijnselen die we bij het ouder worden ondervinden het hoofd kan bieden. Sterker nog, als we het lichaam op een juiste wijze belasten dan zullen er aanpassingen in het lichaam ontstaan die het tot meer in staat stelt. Meer en beter dus! Om de belastbaarheid van het lichaam te verhogen past men zogenaamde trainingsprikkels toe. D.w.z. dat het lichaam op een bepaalde manier belast wordt waardoor het zich niet alleen herstelt na inspanning, maar tevens verbetert (supercompensatie). De trainer kan die trainingsprikkel zo doseren dat een optimale vooruitgang wordt geboekt. De grootste beperkende factor in het streven om optimaal te presteren is de blessure. U kunt zich voorstellen dat een blessure u beperkt in uw mogelijkheden en uw streven naar vooruitgang. In ernstiger gevallen zal de blessure u nopen tot rust hetgeen een sterk verval inhoud van uw trainingsopbouw. Het voorkomen van blessures is dus net zo belangrijk in uw trainingsopbouw dan het verhogen van uw prestatievermogen. U kunt stellen dat indien u zich minder blesseert u meer kunt presteren.

Net als de ontwikkelingen binnen de sport zelf zijn er ook ontwikkelingen op technisch en medisch gebied. Inherent aan de vraag om meer te presteren ontstond de vraag om zich minder te blesseren. Het gebied van de zogenaamde blessurepreventie is de laatste jaren zo uitgebreid geworden dat de behoefte bestaat aan specifieke voorlichting en hulp op dat gebied. De te nemen preventieve maatregelen zijn zo groot en zo specialistisch dat die taak niet langer door de trainer noch een EHBO-er en zeker niet meer door de welwillende verenigingsman met de waterzak vervult kan worden.
Er bestaat sinds jaren een specialist op het gebied van de blessurepreventie. Voortvloeiend uit de vraag naar goede begeleiders is de sportmasseur zich steeds meer gaan richten op het uitgestrekte gebied van de individuele sportverzorging en blessure preventie. De sportmasseur is voor velen een bekende doch voor een groot aantal is het onbekend dat hij niet alleen de sportmasseur is maar evengoed de sportverzorger. De huidige sportmasseur is een vakman die als enige werk verricht in de preventieve sector van de sportgezondheidszorg. Hij heeft een gedegen opleiding achter de rug en heeft een waardevol diploma behaald. De Gelderse Opleiding voor Sportmassage leidt al gedurende 25 jaar sportmasseurs op voor het door het ministerie erkende diploma Sportmassage. Tijdens de opleiding voor sportmasseur wordt reeds veel aandacht besteed aan blessurepreventie. Na behalen van het diploma kan men vervolgens nog de vervolgcursus Blessurepreventie volgen. Als opleidingsinstituut zullen we u e.e.a. uitleggen en toelichten omtrent het taken- en dienstenpakket van de sportmasseur en het nut dat hij kan betekenen voor het gezond sporten en het optimaal lichamelijk functioneren van u als sporter.
Het taken en dienstenpakket van de sportmasseur is zeer uitgebreid. Globaal kunnen we de dienstverlening indelen in 3 categorieën t.w.:

  • Voorlichting, adviezen en informatie;
  • Maatregelen om blessures te voorkomen;
  • Massage.
  • De voorlichting en informatie liggen in de aard van het geven van adviezen omtrent:

• Aangepaste training;warming up;
• Rek-en strekoefeningen;
• Schoeisel;
• Voeding;
• Kleding;
• Preventieve maatregelen;
• Belasting en Belastbaarheid;
• Arbeid en herstel;
• Herstelbevorderende maatregelen.
Maatregelen om blessures te voorkomen liggen vaak in het veld van tapen en bandageren, het stellen van vragen (anamnese) en hieruit vloeiende maatregelen en adviezen, een functieonderzoek, het bijhouden van administratie, materiaalbeheer (verbanden), het begeleiden van de sporter na 'n hersteld letsel naar het oude niveau (reïntegratieperiode van het revalidatie proces) en het voorkomen van het ontstaan van nieuw of hernieuwd letsel (hertraumatisering). Mocht ondanks de goede zorgen toch een blessure ontstaan dan kan de sportmasseur adequate maatregelen treffen en gerichte hulp bieden om de blessure zo beperkt mogelijk te houden. Ter ondersteuning kent de sportverzorging specifieke maatregelen en speciaal voor de sportverzorging ontwikkelde verbandmaterialen en hulpmiddelen. Deze wijken sterk af van wat bijvoorbeeld de EHBO kent. Wij noemen de eerste hulpverlening " zorgverlening bij acuut sportletsel". Het snel en adequaat treffen van maatregelen bij het ontstaan van de blessure komt niet alleen het herstel ten goede maar beperkt tevens de periode die zorgt voor een onderbreking doordat de blessure moet genezen. Het is overigens niet de bedoeling om blessures te behandelen maar om ze juist te voorkomen. U moet de sportmasseur niet verwarren met een fysiotherapeut. Er schuilt nog een grote waarde in het functioneren van een sportmasseur. Hij is vaak de enige die de insluipende blessure het eerst opmerkt. Door het vroegtijdig signaleren en attaqueren van de blessure wordt een blessure in spé voorkomen. Dit is waarschijnlijk de grootste waarde van de sportmasseur.

Op dit moment kan nog door adviezen, tapen en bandageren een blessure worden voorkomen of de insluipende degeneratieve verschijnselen worden teruggedraaid. Tapen en bandageren is een van de paradepaardjes van de sportmasseur. De zogenaamde preventieve bandages bestaan doorgaans uit een tape constructie met daaroverheen een bedekkende of steungevende bandage. Het aanleren van het tapen vereist veel anatomisch inzicht. In zijn opleiding heeft de sportmasseur een bredere anatomische kennis vergaard. Preventieve bandages onderscheiden zich van alle andere bandages door dat zij een bepaalde beweging steunen of juist voorkomen terwijl het normale bewegingspatroon niet verstoord mag worden. Dit betekent dat wij wel een tape voor kunnen doen, maar dat het geenszins de bedoeling is dat u deze constructie als standaard moet gaan aanleggen. Daarvoor is elke preventieve bandage anders en aangepast aan de persoonlijke omstandigheden. Tapen door ondeskundigen brengt juist blessures met zich mee. Voor het tapen dient dan ook een uitgebreid funktieonderzoek verricht te worden van het bewegingsapparaat in het algemeen en het lichaamsdeel, dat getaped moet worden in het bijzonder. Het functieonderzoek richt zich o.a op het opsporen van degeneratieve verschijnselen, statiek(stand)afwijkingen, scheefstanden en spierspanningsverschillen. Deze veranderingen dragen ertoe bij tot het bewegingsapparaat overbelast raakt op bepaalde plaatsten. Doordat sport vaak veel herhaalde bewegingen in zich heeft worden zo systematisch structuren overbelast. Het gevolg van deze systematische overbelasting is dat het weefsel steeds verder verzwakt in plaats van versterkt. Dit kan heel goed leiden tot plotse blessures in de vorm van pees- of spierscheuring. De blessure zat er eigenlijk al aan te komen. In het functieonderzoek worden dergelijke zaken gesignaleerd en een advies wordt gegeven om deze veranderingen tegen te gaan en zodoende blessures te voorkomen. Buiten deze factoren is het tevens de vraag met welk doel de tape aangelegd wordt. Is dit ter voorkoming van de oude blessure (hertraumatisering), dient er steun gegeven te worden bij extreem zware belastingen, welke structuren wil men ontlasten, wat voor soort sport wordt er bedreven, hoe groot zullen de te verwachten krachten zijn? Kortom de tape die wij demonstreren is slechts een losstaand voorbeeld van een tape constructie. Het is dus niet zo dat deze altijd in deze vorm gebruikt of aangelegd moet worden. Daarvoor spelen te veel wisselende factoren mee. Hiermee onderstrepen we nogmaals dat preventieve bandages aanleggen een specialisme is.
Een ander onderdeel wordt gevormd door de massage. Door massage tracht de masseur de doorbloeding te verbeteren. Niet alleen ter voorbereiding op de wedstrijd maar zeker ook na de wedstrijd om het herstel na inspanning te bespoedigen. Binnen sportmassage kennen we verschillende massages. Zo kan er voor-, tijdens de rust, maar ook na de wedstrijd een massage gegeven worden. Telkens is er een verschil in samenstelling van handgrepen. In het verloop van de behandeling kunnen die handgrepen gewijzigd en aangepast worden aan de individuele omstandigheden. Elke massage heeft zo zijn doel. Sportmassage is dus een meer overkoepelend begrip. Tevens bestaat de mogelijkheid een massage te ondergaan tijdens de trainingsvrije periode. Zo wordt getracht een compensatie te vinden voor het op dat moment niet belaste lichaam.

Vooral de activatie van de bloedcirculatie zal centraal staan en het verminderen van de spierspanning (tonus). Een massage voor een wedstrijd zal gericht zijn op het voorbereiden van de te leveren inspanning en het creëren van een optimale situatie in het weefsel. Zo zal de spier beter bestand zijn tegen de krachten die er tijdens de sportbeoeféning op uit geoefend worden en zullen kleinere blessures zoals, kramp en overrekking en wellicht ook de zweepslag (partieel ruptuur) worden voorkomen. Die massage noemen we een preparatieve massage. De massage na de wedstrijd dient ertoe om achtergebleven restproducten van de stofwisseling af te voeren en zodoende het herstel bevorderen. Waarschijnlijk bent u bekend met het zgn melkzuur. Melkzuur is een afbraak of restproduct van de stofwisseling. Er zijn heel wat theorieën voor handen om het fenomeen spierpijn te verklaren. De rol die melkzuur daar bij speelt is door de inzichten van de laatste tijd anders komen te liggen. Tijdens het gewaarworden van spierpijn, zo'n 1 à 2 dagen na de zware inspanning, blijkt er geen melkzuur meer in de spier aanwezig. Men kan dus spierpijn niet direct wijten aan melkzuur. Spierpijn wordt tegenwoordig meer gezien als een ontstekingsreactie en spierbeschadiging op microniveau. Het melkzuur, samen met andere restproducten zoals metabolieten houdt daarbij tevens vocht vast in de spier waardoor de spierspanning oploopt. Die spierspanning noemen we de spiertonus of gewoon tonus. Deze tonus zorgt er op zijn beurt voor dat de kleinste bloedvaten (capillairen) worden dichtgedrukt. Zodoende komt er te weinig bloed en dus voedingsstoffen en zuurstof enerzijds in de spier en wordt de afvoer van afbraakproducten en koolstofdioxide anderzijds belemmerd. De herstelbevorderende massage dient ertoe om de tonus snel naar normaal te leiden en zodoende de druk op de kleine bloedvaten te verminderen waardoor het herstel eerder plaatsvindt.
Alhoewel de preparatieve massage de warming up nooit kan vervangen vormt sportmassage een passieve bijdrage in het beter doorbloeden van met name de plaatsen waar straks de afbraakproducten zich zullen ophopen. Specifiek kunnen de overgangen van spier naar pees of rond aanhechtingsplaatsen genoemd worden.
Met voorlichting, adviezen, het nemen van preventieve maatregelen en massage is de huidige NGS sportmasseur een onmisbare schakel geworden in het voorkomen van blessures. Meent u dat uzelf instaat bent om maatregelen te treffen dan moet u zich eens voorstellen dat iedere sporter een potentiële blessure in zich heeft. (demonstratie functieonderzoek; neem een sporter en vraag hem het bovenlichaam te ontbloten. Alleen al aan de rug ziet u scoliose, lordose, kyfose, doe een paar testen of laat de dia's van het functieonderzoek zien). Ook dient u zich ervan bewust te zijn dat spierpijn een teken is van een zich ontwikkelende blessures (pathologie). Maar al te vaak ziet de sporter de een ontstekingsreactie voor spierpijn aan. Bovendien blijkt dat er veel sporters door sporter met een meer of mindere vorm van blessure. Sporters accepteren de blessure als iets dat er bij hoort. Wie van u heeft dit jaar geen enkele blessure gehad? Sommige onderzoekers (Hovind, Larssen, Nielsen) geven aan dat 70% van het aantal blessures valt te voorkomen. We bedoelen daar niet zozeer de val, slag of stoot mee maar meer de blessure die de sporter zich zelf aandoet in de vorm van systematische overbelasting. We noemen o.a. de achillespeesontsteking, slijmbeursontstekingen, aandoeningen van de wervelkolom, shinsplints en andere overbelastingsletsels. Door gericht advies en tijdig herkennen van de betreffende vroegsymptomen (de eerste verschijnselen) worden zo blessures voorkomen. Onze boodschap is dat u meer kunt presteren als u zich minder blesseert. Wij propageren hierbij een gediplomeerd sportmasseur die u daadwerkelijke begeleiding geeft. De waarde van de gediplomeerde sportmasseur wordt ook door de overheid gezien door middel van de ondertekening van het diploma door het Ministerie van V.W.S. Mocht u een sportmasseur willen of zijn er mensen van uw vereniging geïnteresseerd in de opleiding tot sportmasseur dan kunnen wij u straks nader informeren.