Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 

Alternatieve massagetechnieken

NMT- Neuromusculaire Technique (Diepe massage techniek)

Wanneer men deze techniek uitvoert, is het belangrijk om de stofwisseling van de spier te stimuleren (spier "opwarmen"). Vervolgens palpeert men de spier en zoekt het pijnlijke gebied op. In dit gebied treft men in de meeste gevallen enkele punten aan die enorm pijnlijk zijn [Tender (trigger)punt ].Men geeft op dit punt met de duim of vingers (elleboog is op bepaalde plaatsen zelfs gewenst) gedurende 90 seconden een zo groot mogelijke druk. De druk moet wel binnen de pijngrens blijven. Indien de druk aanvankelijk te veel pijn veroorzaakt, dan roept dit een afweerreactie op. Dus de behandeling rustig opbouwen en langzaam de druk verhogen (wel binnen de pijngrens). Aan het begin kun je cliënt vragen om de "pijn" die hij voelt met een cijfer 10 te beoordelen, later in de behandeling kun je dan vragen, welk cijfer hij 'op dat moment nog aan de pijn toekent, gerelateerd aan de eerste '10'.
Gedurende de tijd van 90 seconden moet aan de cliënt enkele malen gevraagd worden of de pijn afneemt. Als dit inderdaad het geval is,deel je hem mede, dat de behandeling positief werkt en dat langzaam het probleem over zal gaan. Dit zal dit cliënt aanmoedigen. Indien de techniek te veel pijn gaat veroorzaken, dan moet de behandeling gestaakt worden. De punten die behandeld worden komen veelal overeen met de punten die bij acupressuur behandeld worden . De sportmasseur zal dan ook een "puls (kloppen)" voelen en de cliënt een uitstralend gevoel. Bovengenoemde techniek behoeft alleen statisch uitgevoerd worden, fricties en diepe strijkingen kunnen eveneens toegepast worden.
Dit combineert het normotoniseren door het opheffen van verklevingen en rekt de vezels.  De techniek kan zeer krachtig zijn, dus moet geheel rustig uitgevoerd worden, zodat de cliënt  daarop kan anticiperen en daardoor ontspannen.

Muscle Energy Technique - MET
MET is een naam voor een variatie aan technieken dat fibreuze adhesies strekt, rekt of losmaakt. Aan de basis van deze techniek staat de spier in relatie tot zijn antagonist. Als een spier aanspant, dan geeft dit een reciproque inhibitie in de antagonist. Als de spanning in een spier groter wordt houdt dit in dat de antagonist meer ontspant (verzwakt). Het omgekeerde kan ook, dwz. als een spier b.v. door inactiviteit (atrofie) verzwakt, zal de antagonist een hogere tonus krijgen. Het CZS speelt hierbij een belangrijke rol. De informatie wordt verkregen uit de proprioceptoren.
Bovengenoemde techniek kent twee uitvoeringen:


PIR - Post Isomtric Relaxation
Direct na een periode van isometrische contractie, is een spier meer ontspannen (hypotoon) gedurende 5 - 10 seconden voordat hij zijn normale tonus weer aanneemt. Gedurende deze periode van diepe ontspanning kunnen de vezels passief gerekt worden en in deze positie gedurende 10 – 15 seconden gehouden worden.
Het aanspannen van de spier moet rustig gebeuren en mag niet pijnlijk zijn. De cliënt moet stoppen als hij een lichte barrière voelt. Op dit punt moet hij weerstand geven. Deze weerstand moet hij rustig gedurende 1-2 seconden opbouwen tot ongeveer 50% van het maximum. Een te sterk aanspannen werkt meestal averechts. Als de spier gedurende 5 - 10 seconden aangespannen is dan moet hij in 1 - 3 seconden de spier ontspannen en direct na deze periode rekt de sportmasseur de spier gedurende 10 - 15 seconden, dit om het CZS te informeren (accepteren)aan deze nieuwe lengte van de vezels. De verhoogde elasticiteit zal blijvend zijn er wel vanuit gaande dat ook de oorspronkelijke ontstaanswijze opgelost wordt en de rekoefeningen gedurende enkele dagen uitgevoerd worden.

RI - Reciproke Inhibitie 
Als een spier contraheert zal zijn antagonist automatisch ontspannen. Onmiddellijk na het stoppen van de contractie en voor de antagonisten weer de normale tonus hebben, kan op dezelfde manier gerekt worden als bij bovenstaande manier van rekken (PIR). Deze methode kan vooral toegepast worden als diepe massage technieken moeilijk uitgevoerd kunnen worden.
De cliënt laat spant de antagonist aan tegen weerstand, dit geeft een relaxatie van de "verkorte spier". Gelijktijdig met het aanspannen wordt de "verkorte spier" gerekt tot zijn submaximaal rekniveau (barrière) en wordt gedurende 10 - 15 seconden daar gehouden. Dit is het nieuwe submaximaal rekniveau.

STR - Soft Tissue Release
De pijnlijke plaats (palpabele band) wordt opgezocht en hierin de pijnpunten. De spier is een ontspannen toestand (origo en insertio naar elkaar). Nu wordt er druk uitgeoefend ("lock") op de pijnlijke plaats (cliënt zeggen pijngetal=10). Dit is dezelfde druk als onder "diepe massage techniek". Met deze diepe "frictie" worden eventuele verklevingen "cross-links" bewerkt. Nu wordt de spier gerekt waarbij de druk aanwezig blijft (“open the door”)! Tijdens het strekken wordt de duim op de plaats gehouden. Deze beweegt dus niet mee. Tijdens het rekken kan de druk eventueel enigszins verplaatst worden in de tegenovergestelde richting. Als het pijnlijke punt uitgebreid is kan eerst met b.v. de elleboog of de duim uitgevoerd worden om dan later meer naar een speciaal punt met duim of vingers te werken. De vezels worden gerekt in de richting waarin ze functioneren. “Is a lock in the tissues, insert the key and open the door”.

SCS - Strain Counter Strain
Secundaire spanningen worden vaak opgebouwd rond een beschadigde spier. Dit is het normale beschermingsmechanisme van het organisme, die het lichaam beschermt tegen verdere beschadiging. Dit kan dusdanig sterk zijn, dat er een soort kramp ontstaat. Deze secundaire spanning beperkt de beweging van de spier en iedere poging om deze te rekken versterkt in feite de beschermingsreflex en veroorzaakt een sterkere contractie en pijn. Deze verhoogde spanning beperkt de vascularisatie en bevordert daardoor het genezingsproces niet. Om deze secundaire spanning op te heffen kan men gebruik maken van de SCS.

  1. Breng de verkorte spier in een nog meer verkorte positie (greatest ease), zodat een maximale ontspanning het geval is.
  2. Houdt deze positie gedurende 90 seconden vast. Er is nu een kalmerend effect op de neurologische sensoren in de spier (spierspoelen), die de spierspanning "sturen" en de "beschermingskramp" te niet kunnen doen.
  3. De spier kan vervolgens passief gerekt worden tot zijn eerdere barrière.
    Dit rekken moet zeer rustig passief worden uitgevoerd waarbij de
    beweging door de cliënt ondersteund kan worden.
  4. Als de lengte van de spier hersteld is, wordt gedurende 60 seconden in deze nieuwe positie gehouden om het CZS in te stellen op de nieuwe
    positie van de spier.
    Deze methode kan extreem effectief zijn bij grote bewegingsproblemen zoals een stijve nek veroorzaakt door een whiplash of een spierkramp in de rug. B.v. als een cliënt geblokkeerd is naar lateraal (antalgische positie) en de rug onmogelijk kan rechten in het sagittale vlak, dan moet hij naar een meer ontspannen stand naar de "antalgische richting" worden gebracht waarin hij zich volledig kan ontspannen.
    Na ongeveer 90 seconden, wanneer de kramp enigszins afgenomen heeft, moet de cliënt langzaam passief worden bewogen in de tegenovergestelde richting (naar de normale positie toe) en in deze positie moet hij 60 seconden blijven. Als er buiten de kramp geen verder beschadiging is, kan deze techniek enkele malen uitgevoerd worden.

INIT - Initional Neuromuscular Inhibition Technique - PRT (Posional Release Technique)
Een successievelijke combinatie van de eerste drie volgende elementen vormen de basis voor INIT.

  mass_alter  
  1. ldentificeer de triggerpunten - Zoek in een palpabele band de triggerpunten op. Zoek het minst gevoelige en de meest gevoelige (jump). Kies een punt dat een gemiddelde tussen deze is.
    Oefen bij palpatie stevige druk uit juist binnen de pijngrens. Geef deze "pijn" het cijfer " 10"
  2. Voer ischaemische compressie uit gedurende een behoorlijk langere tijd (kan minuten bedragen).
  3. Breng de weefsels waarin de triggerpunten zitten in een comfortabele positie (‘position of ease’), de pijn moet hierbij afnemen.
  4. Vraag de cliënt steeds of de pijn afneemt, relateren aan het cijfer ’10.