Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 

Sportspecifieke blessures
Wanneer sportspecifieke blessures ontstaan door een direct of indirect inwerkend geweld, is er sprake van een acute blessure. Indien er sprake is van een blessure die geleidelijk ontstaat, zonder een duidelijk acuut moment, dan spreken we over een chronische blessure. Hierbij dient er een onderscheid gemaakt te worden in het voorkomen van blessures bij jeugdigen en volwassenen. Rugblessures en blessures in en rond het bekken maken slechts een klein deel uit van het totale blessure pakket 3 tot 6%.

Lage rug
Het merendeel van de bevolking heeft wel eens rugklachten. Meestal gaat dit vanzelf over binnen enkele dagen tot een aantal weken. Boven de dertig jaar is er bovendien sprake van een geleidelijke degeneratie, waardoor de belastbaarheid van de wervelkolom afneemt. Ook arthrose van de wervelkolom, ook wel spondylarthrose genoemd, kan in de loop van de jaren optreden en rugklachten geven.

Acute letsels
Het plotseling ontstaan van rugpijn door direct of indirect werkend geweld. Hierbij kunnen de volgende letsels of combinatie van letsels
• optreden:
• ossaal letsel ( wervel of wervels);
• ligamentair letsel;
• tussenwervelschijf letsel ( discus);
• spierletsel;
• spierbloedingen
.

Fracturenvan de wervelkolom
Fracturen van de wervelkolom komen bij sporten zelden voor. Fracturen van de wervelkolom of aandoeningen van de wervelkolom door direct of indirect werkend geweld komen met name voor bij zogenaamde hoge energiesporten zoals autoracen, motorracen, maar ook bij skiën, paardrijden.
Het trauma is meestal van dien aard dat er naast de wervelfractuur ook andere structuren welke zich in en rond
de wervelkolom bevinden, beschadigd kunnen worden. Iemand waarvan men denkt dat hij een wervelfractuur heeft, dient direct met behulp van een ambulance naar een ziekenhuis getransporteerd te worden. Aldaar wordt gekeken naar de ernst en de uitgebreidheid van het letsel. Medische behandeling kan dan geschieden. Dit kan zijn bedrust, een gipscorset en brace en eventueel operatie.

Hernia
Een zogenaamde hernia in de rug kan zowel een chronisch als een acuut moment hebben.
Wat is een hernia?
Bij een hernia is er sprake van een letsel van de tussenwervelschijf, de anulus fibrosis (buitenrand) vertoont een scheur cq een defect waardoor de nucleus pulposis (kern) naar buiten kan puilen en op een ruggemerg zenuw kan drukken. Met name de uitstralende pijn naar het been staat op de voorgrond. Deze pijn verergerd bij bepaalde bewegingen en bij drukverhogende momenten, zoals hoesten en niezen.
Afhankelijk van het niveau en de ligging van de hernia zullen er bepaalde neurologische afwijkingen aanwezig zijn.
Er kan sprake zijn van reflex veranderingen of spierkracht veranderingen. Bij verdenking op een hernia dient altijd een arts geconsulteerd te worden.

Spierverrekking of spierrupturen
Spierverrekkingen of spierrupturen van de rugspieren, worden wel eens gezien bij gewichtheffers, werp- en slagsporten (speerwerpen, discuswerpen, volleybal, tennis) maar ook bij polsstokhoogspringen, basketbal, worstelen, boksen en voetbal. Meestal worden ze veroorzaakt zowel door een direct als een indirect trauma. Vaak wordt ook meteen pijn gevoeld en aangegeven. Dit in tegenstelling tot overbelasting van de rugspieren of kleine microscheurtjes waarbij de pijn over het algemeen pas optreedt na de activiteit.

Chronische rugklachten
Bij chronische rugklachten is er een discrepantie tussen belasting en belastbaarheid. Dit kan afhankelijk zijn van het trainingsniveau, trainingsintensiteit, verandering van sportactiviteiten, houdingsproblematiek, techniek verandering, etc.
Bovendien is de vraag of bepaalde kleine aangeboren afwijkingen, zoals lysis, listhesis, hemi-sacralisatie etc. sneller aanleiding geven tot klachten. Dat wil zeggen of er sneller een verstoring is van de belastbaarheid. Hierover is niet veel bekend.

Het lumbale syndroom
Hieronder wordt verstaan het totaal aan pathologie, die uitgaat van een lumbaal bewegingssegment en beperkt blijft v.w.b. de symptomatiek tot het lumbale gedeelte van de wervelkolom. Van alle direct of indirect bij de discus intervertebralis betrokken ongemakken komen de lumbale syndromen het meest voor. Een aanzienlijk gedeelte van de patiënten consulteert bij kortstondige “rugproblemen” geen arts. De verschillende klachtenpatronen van het lumbale syndroom van spit tot aan chronische pijn in de lendenen kunnen enigszins vloeiend in elkaar over gaan.

Lumbago (spit)
We spreken van lumbago, in de volksmond “spit”, bij een plotselinge pijn in de lendenen, zonder voorafgaande waarschuwing. Interessant hierbij te noemen is, dat 60% van de patiënten bij een anamnese geen direct kenbare oorzaak voor het ontstaan van de pijn kunnen aangeven. De overige 40% geven aan, verbeuren, bukken met verdraaiing, het werken in een gebukte houding, door koude, slechte zithouding en sport. Spit schiet bliksemsnel in en vormt direct een reflectorische bewegingsblokkering, die als beschermfunctie van de spieren voor nog meer beschadiging dient.
Intradiscale verschuiving van structuren met prikkeling van het ligamentum longitudinale posterius wordt als oorzaak voor de pijn en bewegingsbeperking bij lumbago genoemd.
Volgens Brügger kan een langdurige overbelasting van de facetgewrichtjes bij een verkeerde houding ook leiden tot bewegingsbeperking, die eerder blokkering van de facetgewrichtjes werd genoemd. Op dit ogenblik denkt men dat er hier sprake is van nociceptorisch gestuurde blokkeringseffecten met reflectorisch pijnlijk aangespannen spieren.

capsulair   Non capsulair
capsulair patroon   Niet capsulair patroon

Niet capsulair patroon
De pijn treedt als regel lokaal in de lendenen op, doch deze kan ook extrasegmentaal uitstralen naar de thoracale wervelkolom, naar beneden naar het gluteaalgebied en van hieruit naar de dorsale zijde van het bovenbeen, ook naar de onderbuik en de lies. Bij het hoesten en niezen wordt de pijn heviger.
Bij het functieonderzoek wordt veelal een afwijking in de statiek en een afwijking in het capsulaire patroon, volgens Cyriax, gevonden, waarbij ventraalflexie van de romp de meeste problemen geeft. De test van Lasèque-test kan positief zijn - doch dit is niet noodzakelijk - en geeft een versterking van de locale lumbale symptomatiek en gaat meestal over beide benen weg. Neurologische uitval ontbreekt. Bij palpatie wordt als regel een aanzienlijke hypertonie van de paravertebrale spieren gevonden.
Of een echte lumbago ook door een nociceptorisch somatomotorische blokkeringseffect opgeheven kan worden is momenteel nog onderwerp van discussie.
Een aandoening van spit komt het meer voor bij jongeren, omdat bij hen de voorwaarden voor intradiscale verschuivingen het meest aanwezig zijn.

Het chronische lumbaal syndroom
De chronische pijn in de lendenen begint veelal insluipend of na steeds weer terugkerende aanvallen van spit, doch ook zonder aanleiding.
In het begin hangt de pijn af van de belasting bij het lang zitten of bij het werken in een gebukte houding. Door het ontspannen verdwijnt de pijn echter weer. Na verloop van tijd ontstaat een voortdurende pijn, die ook bij het ontspannen niet meer minder wordt.
Oorzaken voor chronische pijn in de lendenen kunnen alle eerder genoemde primaire of secundaire discusafhankelijke problemen zijn, die bij vroegtijdige afname van de elasticiteit en het volume van de discus ontstaan. Ook het aanleg hebben voor pahtologisch-anatomische storingen in het lumbale gebied, zoals lumbale spinale stenose, een asymetrische lumbale-sacrale overgangswervel of een spondylolysthesis.
De belangrijkste oorzaak voor chronische lendepijn wordt gevormd door degeneratieve instabiliteit van een of meerdere bewegingssegmenten. De localisatie van de pijn wijkt niet af van lumbago. Bij de palpatie daarentegen vindt men veelvuldig pijnlijke plaatsen. Dit begint bij met een locale gevoeligheid van het betroffen segment met klop- en schokpijn,  alsmede welomschreven paravertebrale drukpijnlijke zwelling van de weke delen. Dit gaat door naarmate gedurende langere tijd instabiliteit ontstaat met talrijke pijnlijke triggerpunten in de spieren door het ontstaan van reflectorische tendomyosen.
Typische houding bij lumbago

  Lumbago  
  Lumbago  

Het is typisch voor de discusafhankelijke lendepijn, dat de spieren door de compensatiepogingen en de hieruit voortkomende overbelasting op veel plaatsen drukgevoelig en pijnlijk zijn.
Het is moeilijk om de exacte oorzaak van een chronische lendepijn te definiëren, als er geen objectieve zichtbare afwijkingen te constateren zijn.
Bij het functieonderzoek vindt men weinig bewegingsuitval, doch wel op alle niveaus eindstandige pijn.
De therapie is niet eenvoudig en bestaat uit intensieve fysiotherapie en rugscholing (rugschool).

Ischialgie
In de volksmond wordt deze aandoening “ischias” genoemd, d.w.z. het ontstaan van pijn in het been door prikkeling van de wortel van de n. ischiadicus. De pijn straalt hierbij dorsaal en lateraal uit, zelden ventraal.
De typische bevindingen bij ischalgie zijn: een positieve Lasèque, segmentaal uitsralende pijn in de onderste extremiteit, sensabiliteitsstoringen in de dienovereenkomstige dermatomen en typische stroringen in de reflexen van de motoriek. De symptomatiek en het verloop van de aandoening zijn bij ieder persoon verschillend.
Bij een typisch discusafhankelijke wortelsyndroom verdwijnt de lendepijn na enige tijd, en vanaf dat tijdstip duurt een ischialgie nog minstens een jaar (Cyriax).
Typische houding bij ischialgie (ischias).

  Ischias  
  Ischias  

Aangeboren afwijkingen
Bij aangeboren afwijkingen in de rug is er een verandering van het belasting-belastbaarheidpatroon aanwezig. Er is een verschuiving opgetreden waardoor de belastbaarheid verminderd kan zijn. Dit is niet geheel duidelijk uit de literatuur. Afwijkingen zoals een lysis, listhesis, hemi- sacralisatie en eventueel zelfs scoliose hoeven niet altijd klachten te geven in de onderrug bij sporters. Er zijn echter wel sporten bekend waarbij dit soort afwijkingen duidelijk sneller aanleiding kunnen geven tot klachten, bijvoorbeeld sporten waar hoge draaimomenten aan te pas komen, zoals turnen.

SI-pijn
De sacro-iliacale gewrichten zijn grove gewrichten waar praktisch geen beweeglijkheid in zit. Zoals reeds in de anatomische inleiding is gezegd bevinden zich aan de voorzijde en de achterzijde wel sterke ligamentaire verbindingen. Er zijn ook verbindingen aanwezig van het bekken achterzijde met de voorzijde en van het bekken achterzijde met het onderste deel van de wervelkolom. Of het SI-gewricht zelf pijn veroorzaakt of dat de omliggende structuren pijn veroorzaken is niet geheel duidelijk. Bovendien kunnen pijnklachten ter hoogte van de SI- gewrichten ook wel eens voortkomen uit de lage rug of uit het kleine bekken. Er is dan sprake van de zogenaamde “referred pain”. SI-pijnen worden nog al eens gezien bij houdingsanamaliën, dat wil zeggen beenlengte verschillen, bekkenverdraaiingen (torsies) maar ook bij bijvoorbeeld lange afstanden lopers, welke van schoeisel of van looptechniek gaan veranderen.

Sportspecifieke blessures van het bekken
Bij het bekken is het van belang of we te maken hebben met een bekken nog in de groei (jeugdig bekken) of een bekken uit de groei ( volwassen bekken).

Jeugdigen
Bij jeugdigen is er dan sprake van een groei in het bekken, dat wil zeggen open groeischijven, zoals bij voorbeeld ter hoogte van het tuberculum ischiadicum waar de hamstrings aanhechten.
Hierdoor kunnen afscheuringen ontstaan van de apofyse van het tuberculum ischiadicum met pijnklachten ter plekke. Dit zelfde geldt voor de rectus femoris, welke enerzijds aanhecht aan de spina iliaca anterior inferior en anderzijds aan de proximale kant van het acetabulum.
Ook hier kan overmatige belasting leiden tot afrukking van botfragmenten. In mindere mate geldt dit ook voor de iliopsoas, welke aanhecht ter hoogte van de tuberculum minor.
Door overbelasting van deze spieren ontstaan bij jeugdigen meestal niet direct spieraandoeningen, maar aandoeningen ter hoogte van de aanhechtingspunten. Dit kan bij voorbeeld leiden tot afscheuring van de benige aanhechtingspunten.
Eventuele operatieve reconstructie bij ernstige letsels dient dan overwogen te worden.
Bij jeugdigen is bovendien sprake van een nog niet volgroeid heupgewricht. Allerlei heupafwijkingen kunnen in de loop van de groei ontstaan. Hierbij zijn te noemen een epifysiolysis en een ziekte van Pertes.
Bij jeugdigen welke regelmatig pijn in de lies hebben, tijdens of na het sporten dient dan ook altijd een arts geconsulteerd te worden.

Volwassen
Deze kunnen we indelen in de acute en de chronische letsels. Wat de acute letsels betreft, dat wil zeggen fracturen, komen tijdens sporten bijna nooit voor. Alleen bij de zogenaamde eerder genoemde “high energy trauma’s” kunnen fracturen van het bekken en/of de heupen optreden.

Chronische klachten bij volwassenen

Ook hier kunnen we onderscheid maken in aandoeningen van het benige deel, van het ligamentaire deel en van de spieren en aangrenzende weke delen.
Ossaal: Wel beschreven zijn de vermoeidheidletsels van de heupen. Dit kan o.a. een stress fractuur van het heupgewricht zijn. Dit komt echter zelden voor.
Ook ligamentaire letsels in en rond het heupgewricht komen bij sporten niet en nauwelijks voor. De belangrijkste chronische letsels van het heupgewricht zijn met name aandoeningen van de weke delen. Dit kunnen zijn insertie tendopathieën, spierafwijkingen en bursitis.

Spieraandoeningen
Rupturen en ontstekingen van met name de m. rectus abdominis bevinden zich over het algemeen ter hoogte van de aanhechting op het os pubis.
Echter rupturen of aandoeningen van de schuine buikspieren kunnen ook optreden. Dit soort letsels komen met name voor bij werpen, turnen, roeien en worstelen.
Meestal ontstaat dit door te sterke training van de buikspieren, met name krachttraining. Soms zijn er acute momenten waardoor een plotselinge ruptuur in de desbetreffende spier kan optreden.

Adductoren
Een veel voorkomende en bekende blessure in de sport is een adductoren-tendinitis. Hierbij zijn met name de m adductor longus en m. gracilis meestal betrokken. Deze blessure komt vaak voor bij voetballers. Soms is er geen directe oorzaak aanwezig, soms ontstaat de blessure door een sliding of een snelle wending. Over het algemeen komen adductoren blessures voor door een overbelasting van de desbetreffende spiergroep. Bij het liessyndroom zal hier nader op ingegaan worden.

Snapping hip
Bij een snapping hip is er sprake van pijn ter hoogte van de trochanter massief. De tensor fascia latae schuurt dan over het trochanter massief bij het bewegen van het heupgewricht. Naast pijn en het voelen van een knakje kan in de loop van de tijd ook een bursitis ontstaan, een zogemaande bursitis trochanterica.

Liessyndroom
De term liesblessure is over het algemeen een verzamelnaam voor allerlei aandoeningen van anatomische structuren welke pijn veroorzaken in de liesregio. Echter in de sportwereld is de term liesblessure toch wel een synoniem voor overbelasting van de adductoren en de buikspieren die aanhechten ter hoogte van het os pubis. Deze aandoening is meestal het gevolg van sportspecifieke overbelasting.
Sporten waarbij deze regelmatig voorkomen zijn voetbal, hockey, rugby, ijshockey, waterpolo en soms ook atletiek. De belangrijkste oorzaak van het liessyndroom is dat er een verstoring is in het samenspel van de heup- en bekken- stabilisatoren. Met name een verstoring van de adductoren enerzijds en de schuine en rechte buikspieren anderzijds. Meestal is er sprake van een aandoening van de adductor longus, gracilis, of rectus abdominis.
Soms doen ook de m. iliopsoas en de m. rectus femoris mee. Dit syndroom leidt tot pijn in de liesstreek, soms uitstalend naar de onderbuik. De pijn ontstaat meestal na het sporten. De pijn kan zelfs zo erg zijn dat de desbetreffende sport niet meer uitgeoefend kan worden.
Uitsluiting van andere oorzaken die deze pijn kunne veroorzaken dient natuurlijk wel te geschieden, zoals bijvoorbeeld een echte hernia inguinalis of referred pain vanuit de heupen of de rug.