Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 

Functionele Massage

Deze techniek uitgevoerd op de weke delen is ontwikkeld door therapeuten die zich met de manuele therapie bezig hielden t.w. 0. Evjenth en zijn medewerkers. Zij houdt zich bezig met mobilisatie van de gewrichten en het rekken van spieren, soms ook met de dwarse frictie. De masseur moet zich in eerste instantie goed op de hoogte stellen van het gewrichtsmechanisme en het spierverloop resp. hun exacte functie.

Doelstelling
Manuele rekking van spierelementen (spiervezels) voor de navolgende mobilisatie- in het bijzonder spierrektechnieken.

Techniek
De spier die gemasseerd wordt, wordt eerst volledig ontspannen (origo en insertio naar elkaar) en vervolgens door de masseur met een hand tegen de onderlaag (bot) gefixeerd. Met de andere hand beweegt hij het betreffende lichaamsdeel naar de rekpositie. De rekking ontstaat direct distaal van de gefixeerde hand. Omdat de meeste spieren naast hun hoofdfunctie nog één of meerdere nevenfuncties hebben, zal in de meeste gevallen een drie dimensionale beweging ontstaan met een spiraliserend karakter. Het ritme van de uitvoering is tamelijk snel (60 x/min). Het massage-effect wordt verkregen door de “pompende beweging”

Func_mas_1   Func_mas_2
Hamstrings - beginstand   Hamstrings - eindstand

Shifting

Een nieuwe benadering voor Myofasciale behandeling en preventie van blessures aan hetAustralische Sportinstituut.
De steeds groter wordende drive naar perfectie in het spel van de atleet maken, dat de atleet en de coaches zoeken naar die "kleine extra's" om het vermogen van de toekomstige sportsterren te verbeteren. Sportmassage therapeuten hebben een antwoord proberen te vinden op deze vraag door een nieuwe innovatieve manier van "soft tissue behandelingen" en blessurepreventie technieken te ontwikkelen.
Een van deze technieken, die nu uitgebreid gebruikt wordt op het Australian Institute of Sport (AJS), is bekend onder de naam "Shifting".
Shifting is ontwikkeld door de Australiër Barry Pluge, wiens motto was "simpele oplossingen voor complexe problemen". Hij geloofde erin om pijn te laten verdwijnen door gebruik te maken van kleine body shifts (lichaamsbewegingen) - een proces dat gebruik maak van de "lock and key" techniek. Hij oefent druk uit in het gelaedeerde weefsel met de palpabele hand (lock) en gebruikt zijn andere hand om het betreffende lichaamsdeel door de weerstandsbarrière heen te bewegen (key).
Als dit shifting-concept in combinatie gebruikt wordt met "rolfing" - osteopatische myofasciale behandeling uit Trager, Travell en Simons triggerpoint handleiding - dan wordt een optimaal effect bereikt. Laatstgenoemden hebben drie onderscheidende effectieve technieken ontwikkeld in de myofasciale behandeling en blessurepreventie. Deze drie technieken worden in dit artikel besproken.
Voordat we hier mee beginnen is het belangrijk om te controleren of deze technieken geschikt zijn voor de specifieke pathologie. De aanpak van Maitland van schudden, rekken (1-2 minuten) en weer op nieuw controleren is hierbij aan te bevelen. Bij alle behandelingen is een spaarzaam gebruik van massageolie aan te bevelen omdat de therapeut voldoende spanning ontwikkelen kan op het te behandelen weefsel.

Indirecte technieken
Indirecte technieken zijn ontwikkeld om triggerpuntbehandeling mogelijk te maken, digitale ischaemische druk moet toegepast worden met een minimale discomfort voor de patiënt en benut niet de volledige bewegingsomvang (ROM) van de spier die behandeld moet worden. Het gaat hier om enige vorm van beweging, gewoonlijk wordt schommelen, slingeren of schudden toegepast. Deze vorm van beweging leidt de aandacht af van de behandeling die later uitgevoerd wordt, vermindert de prikkelbaarheid van de alpha motoneuronen die op hun beurt restspanning of posturale houdingspatronen te niet doen.

Directe technieken

Deze technieken worden gebruikt om afzonderlijke spieren te isoleren en vervolgens een shifting techniek uit te voeren om myofasciale restricties te verlichten. Deze aanpak kan toegepast worden bij een individuele spier, waarbij gebruik gemaakt wordt van de range of motion (ROM) specifiek gericht op bepaalde sportacties. Het voordeel hiervan is dat de ROM vergroot wordt, dat in de toekomst waarschijnlijk ‘n vermindering geeft van het oplopen van blessures en geeft de sporter een groter belastbaarheid bij het oefenen.

De directe techniek houdt in:

  1. De betreffende spier te verkorten.
  2. Geef druk op de pijnlijke plaats in de richting van de origo van de spier (voorkeur geniet in de lengterichting van het vezelverloop, wanneer de spier bewogen wordt. Spanning kan moeilijk gegeven worden als de druk niet in de richting van het vezelverloop is.

Beweeg de spier iets over z'n "range".

  1. Stop zo gauw je weerstand van het weefsel ondervindt en maak kleine bewegingen in dit gebied (schommelen, slingeren).
  Func_hamstrings  

 

Oppervlakkige technieken
Oppervlakkige technieken worden aanbevolen wanneer oppervlakkige fasciae behandeld worden
of om beperkingen in bepaalde bewegingspatronen te verminderen (verlichten).
Anders dan directe en indirecte technieken, worden oppervlakkige technieken niet gefocust op
een speciale spier.

Oppervlakkige technieken hebben te maken met:

  1. De oppervlakkige fascia wordt vastgepakt met een soort tanggreep op een oppervlakkige druk in de fascia te geven.
  2. Pak de te behandelen extremiteit van de patient, nek of rom en beweeg dit door een speficieke ROM.
  3. Stop het moment, dat je weerstand ondervindt van het weefsel en maak kleine bewegingen in dit gebied (schommelen, slingeren).

De vormen van behandelingen kunnen specifiek zijn voor bepaalde acties in een tak van sport, waarbij de atleet weerstand (beperking) ondervindt.