Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

SPIERKATER

Spierpijn (spierkater)
Spierpijn kan onder andere ontstaan door overbelasting van het spier- en peesweefsel na een periode van langere inactiviteit b.v. bij sportwedstrijden of door ongewone spierarbeid waarbij excentrische spierbewegingen een belangrijke rol spelen.
De betrokken spieren zijn stijf, hard en gezwollen en bij druk en beweging pijnlijk. De pijn begint op zijn vroegst enkele uren na bovengenoemde spierarbeid en kan enkele dagen duren.
Lange tijd werd aangenomen, dat chemische veranderingen van de pH-waarde van de spier de spierpijn veroorzaakte.
Als oorzaak hiervoor werden genoemd de excentrische overbelasting van de musculatuur en een storing in de microcirculatie, die een verminderde stofwisseling en daarmee gepaard gaande lagere pH-waarde (zuur milieu) veroorzaakte.
In een zuur milieu worden sensibele zenuwuiteinden geprikkeld, veroorzaken pijn daarmee spasticiteit. Bij spierpijn bestaat naar de stofwisselingstheorie een onbalans tussen de spierarbeid en de doorbloeding van grote groepen spieren en dit brengt het geheel in een vicieuze cirkel, t.w.

Zuurstofgebrek - lactaatverhoging - acidose (ophoping van zuur) - prikkeling van de nociceptoren - spasticiteit - groter zuurstofgebrek.

Behandeling
Eerst gaat aan de klassieke massage, die bestaat uit diepe strijkingen, spieromvattende knedingen, fricties en schuddingen, een onderwaterstraalmassage vooraf om de normale stofwisseling weer te herstellen. Hierna worden actieve bewegingen uitgevoerd om een verbeterde stofwisseling op gang te houden.
Volgens enkele auteurs is de kreet spierkater een verbastering van het begrip katar, een ontstekingsproces met sereuze afscheiding.
Als men de van de naam katar afgeleide hypothese volgt, dan moet een tweede theorie waarbij het komt tot een ontstekingsproces met een sereuze afscheiding van pathologische stofwisselingsproducten bestaan.
Dat veronderstelt een musculaire belasting onder een verdere ischaemie met een massieve melkzuurvorming.

In het voordeel van deze theorie spreekt, dat de spierpijn eerst na uren of zelfs na ‘n dag op gang komt en enkele dagen aanhoudt. De door de ontsteking optredende zwelling kan door het dichtdrukken van de vaten tot een verminderde arteriële doorbloeding leiden en daarmee in een vicieuze cirkel terechtkomen.
Een volgende hypothese op het ontstaan van spierpijn (spierkater) is, dat tengevolge beschadiging door microtraumata pijnlijk gespannen gebieden in de spier ontstaan.
Onderzoeken in overbelaste spieren bij dieren hebben een en ander vastgesteld.
Een Zweedse onderzoeksgroep heeft aan de hand van spierbiopsie bij proefpersonen een scheurtje in de Z-banden vastgesteld, die zich de dagen daarop volgend door bepaalde processen voort zette, totdat de regeneratie van de cel naar ongeveer 6 dagen begon.
Amerikaanse auteurs beschreven bij marathonlopers overwegend beschadigingen aan het bindweefsel deel van de spiervezels waarbij de Z-banden intact waren.

Samenvattend kan men er nu vanuit gaan, dat primair een beschadiging van de Z-banden optreedt met een verlaging van het contractievermogen van de spier. Deze microtraumata zijn in eerste instantie niet pijnlijk, omdat in de myofibrillen nociceptoren ontbreken. Na verloop van tijd ontstaat een posttraumatisch oedeem, dat leidt tot een verhoging van de intramusculaire druk. Pijnmediatoren prikkelen nu de nociceptoren in de spier en veroorzaken hierbij reflectorisch een verhoging van het spanningsveld.
Na resorptie van het oedeem komt het weer tot normale drukverhoudingen en weer tot ‘n volledig herstel van de spierstructuur, dit waarschijnlijk ten gevolge van de fagocytose van beschadigd celmateriaal door de leukocyten.
Het klinische beeld komt met deze opvatting over pathogenese van de spier(kater)pijn overeen. Door ongewone overbelastingen van de spier worden delen van de spier te veel belast, reageren in eerste instantie ongecoördineerd en leiden tot de eerder genoemde microtraumata. Door het hierop volgende intracellulaire en interstitiële oedeem gaat de aanvankelijke pijnloze fase over in de pijnlijke spierspasticiteit. Na de resorptie van het oedeem volgt weer een volledig herstel van de anatomische verhoudingen en van de structuur van de spier.