Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 

TENDERPOINTS

Tenderpoints (weke delenreuma - fibromyalgi)
Dat er wetenschappelijk relatief weinig interesse bestaat voor tenderpoints ook wel het fibromyalgie-syndroom genoemd, vloeit vooral voort uit het feit dat dit ziektebeeld (nog) geen evidente diagnosemiddelen kent. Vaak wordt dit dan ook afgedaan als "psychogeen reuma". Hierbij wordt weer eens de uitspraak van William Osler onderstreept:"The greater the ignorance, the greater the dogmatism".

Etiologisch en pathogeen is de aandoening nog niet geheel duidelijk. Onder het begrip worden ook pijnlijke aandoeningen samen gevat, die histologisch al eerder anders beschreven (verklaard) zijn. Aangedaan is het spier-, vet, zenuw- en bindweefsel.

Gezien de primaire spierklachten wordt fibromyalgie (tenderpoints) tegenwoordig onder de (weke delen-) reuma geschaard. Het blijkt echter dat de aetiologie vele gezichten kent, waardoor de vraag rijst of dit ziektebeeld wel bij de reumatische aandoeningen mag worden ondergebracht.

Microtraumata
De meeste personen met fibromyalgie lokaliseren hun pijn in de spieren, met de bevinding dat (matige) inspanning de klachten aanzienlijk kan verergeren. Er is veel bewijs dat post-inspanningspijn in verband gebracht kan worden met microtraumata, en er is dan ook een hypothese dat de spierpijn bij fibromyalgie eenzelfde ontstaanswijze zou kunnen hebben. Deze hypothese voorspelt hiermee tevens dat bij mensen die gevoelig zijn voor microtraumata, de kans op fibromyalgie (tenderpoints) door inspanning aanzienlijk wordt vergroot. En dat personen met deze aandoening misschien wel bijzonder gevoelig zijn voor spiermicrotraumata bij een overigens geringe inspanning, dan wel dat het herstelmechanisme van de spieren veelal tekort schiet. Er is ook gesteld dat bij sommige "fibromyalgie-patienten" voorkomende continue onderbreking van de groeihormoon-secretie wijst op een predispositie voor spiermicrotraumata en/of een negatieve beïnvloeding van het normale herstelmechanisme van de spier. Zulks ten gevolge van verminderde anabolische stimulering, veroorzaakt door chronisch lage waarde van bepaalde hormonen. Deze hypothese komt overeen met de bevindingen van Jacobsen et al. Zij vonden lagere serumwaarden van pro-collageen type III en constateerden eveneens een afhankelijkheid van dit pro-collageen type Ill voor een optimale HGH-productie . De lagere waarden werden vooral gevonden bij "fibromyalgie-patienten" met uitgesproken symptomen, zoals gevoelige spierpunten, verminderde slaapkwaliteit en een geringere dynamische spierkracht. Recente gegevens, verkregen door hypofysectomie doen ook een dergelijk werkingsmechanisme vermoeden. Bennet et al hebben op basis van door hen verricht onderzoek naar voren gebracht dat een verkeerd adaptiemechanisme, in relatie tot stress, een belangrijke rol speelt in de pathogenese van dit ziektebeeld. De bevindingen in hun studie duiden op een door stress gestoorde relatie tussen psyche, immuunsysteem en neuro-endocrien systeem.Duidelijke aetiologie ontbreektBengtsson et al hebben een studie verricht naar de (over)gevoelige punten in de monnikskapspier bij patiënten met fibromyalgie, in vergelijking met een controlegroep zonder pijn. Bij de fibromyalgie-groep vonden zij een reductie van 17% voor ATP en een reductie van 21% voor creatinefosfaat. Interessant hierbij was ook dat zij een toegenomen hoeveelheid "ragged red fibers" op deze locaties aantroffen. Red ragged fibers zijn een indicatie voor metabolische overactiviteit veroorzaakt door een toename van het aantal mitochondriën.

Het begin van de aandoening binnen het lichaam valt toe te schrijven aan overbelastingen, klimaatswisselingen en -invloeden, infecties, hormonale storingen, blessures, ontstekingen of slijtage waarbij een pathologisch proces in gang wordt gezet, waarbij verder bepaalde erfelijke factoren en psychische klachten zoals angst, zorg, te zware werkbelasting, teleurstelling, neerslachtigheid, depressie of een verandering van de psychosociale situatie een niet onaanzienlijke rol spelen.

Bij de symptomatiek staat de pijn op de voorgrond, waarbij een sterke drukpijn op de zogenaamde tenderpoints evident is.

De punten vormen de maximale lokale pijnpunten en zijn te onderscheiden van de triggerpunten te onderscheiden, die als irritatiepunten specifieke pijnsyndromen (uitstraling) teweeg brengen. Typisch bij de tenderpoints is:

ochtendstijfheid, die door beweging weer afneemt;
slechte, onrustige slaap;
gevoelig voor klimaatsveranderingen, alsook vegetatieve alsook psychische symptomen die hiermee gepaard gaan in de zin van b.v. een negatieve stemming (depressie).

Het meeste worden tenderpoints aangetroffen bij personen, die in de tweede levensfase zijn, doch in het bijzonder ook bij vrouwen in de overgangsjaren.
De tenderpoints vormen in de diffuse pijngebieden spiermaximaalpunten, die veelal symmetrisch voorkomen en zijn daardoor te onderscheiden van de drukpunten volgens McBurney. Ook wordt ook geen gevoeligheid in de oppervlakkige huidstructuur (Headse zones) gevonden.
Klinisch is een duidelijke hypertonie (Hartspann) op de betroffen plaats vast te stellen, die gepaard gaat met ochtendstijfheid en rigiditeit . De patiënten geven de pijn in het bijzonder aan in de nek, de rug, bekken en extremiteiten.
Vrouwen klagen in enkele gevallen over oedeemneiging.

Voorwaarde voor de diagnose van "weke delenreuma" is klinisch het gelijktijdig optreden van tenminste 4 typische tenderpoints in het gebied van het bewegingsapparaat die minstens 3 maanden aanwezig zijn en waarbij verder secundaire symptomen waarneembaar zijn zoals:

slaapstoornissen / spanningshoofdpijn;
migraine hoofdpijn;
geïrriteerde darmen;
premenstruele klachten;
pijn in de kaak;
geïrriteerde blaas;
dof aanvoelende plekken;
uitgesproken vermoeidheid;
angsten;
depressiviteit;
concentratieproblemen.


Kenmerken van fibromyalgie
Het eerste hoofdkenmerk bestaat uit spier- en gewrichtsklachten met karakteristieke 'tenderpoints', pijnlijke drukpunten (totaal 18, waarvan minstens 11 moeten reageren), gelokaliseerd in een aantal specifieke spiergroepen met een druk van ongeveer 4 kg (Smythe). Het gaat hier om de volgende punten (veelal bilateraal):w ventrale zijde van de intraversale ruimten van C5 -C7;

midden van de bovenrand van de monnikskapspier (M. trapezius);
punt, nog net lateraal van de costachondrale insertie van de tweede rib;
de bevestigingsplaats van de bovendoornspier ( M. supraspinatus);
punt 2 cm distaal van epicondylus lateralis;
interspinale ligamenten van L4-L5;
proximale rand van de middelste bilspier (M. gluteus medius);
punt net achter de trochanter major van de heup;
mediale inserties collaterale knieligamenten.

Verder worden tenderpoints gevonden in de volgende spieren:
m. obturatorius externus;
m. obturatorius internus;
m. iliacus;
m. psoas.

Het uitoefenen van druk op deze plaatsen moet als pijnlijk worden ervaren, de typering "gevoelig" is niet voldoende. Bovendien moeten deze klachten minstens drie maanden bestaan.Het tweede hoofdkenmerk bestaat uit slaapstoornissen, voornamelijk veroorzaakt door een anomalie van de non-REM slaap. Daarnaast bestaan er diverse veelvoorkomende secundaire klachten, zoals:

spanningshoofdpijn;
migraine hoofdpijn;
geïrriteerde darmen;
Raynaud fenomeen;
premenstruele klachten;
pijn in de kaak;
geïrriteerde blaas;
dof aanvoelende plekken;
uitgesproken vermoeidheid;
angsten;
depressiviteit;
concentratieproblemen.