Gelderse Opleiding voor Sportmassage
 

 


TENDOMYOSE/MYOTATISCHE REFLEX

Bij de overwegingen van de massage moeten we er van uit gaan, dat rekking bij een massagehandgreep, die we lokaal toepassen, direct invloed uitoefent op de spierspoel. Van hieruit wordt de zogenaamde myotatische reflex teweeg gebracht. Deze reflexboog komt overeen met een secundaire reflex, omdat hij eveneens beschikt over polysynaptische synapsen en direct van de spierspoel naar de bijbehorende spier loopt met een veelvoud aan verdere mogelijkheden die hierop in te werken. Door de klassische massage, in het bijzonder met een diepe rekking en verwringing van de spier door b.v. een vingertopkneding, wordt een prikkeling van de contractiële elementen, de perifere delen van de spierspoel en daarmee een ontlading over de sensibele afferenten bewerkstelligd. Het verdere verloop van de reflexboog komt overeen met die van de secundaire reflex en leidt tot het regelen van de tonus en facilitatie van de spieren door middel van de gamma- en alpha-motoneuronen van de voorhoorn.
De spiertonus hangt af van een uitgebalanceerde correlatie tussen de (dilato)receptoren van de spierspoel en de tensoreceptoren van de Golgi-peesreceptoren, die een spanningsmeter vormen. Deze correlatie garandeert de fijnafstemming van de spiervezels in het fysiologische spel in de spier. Op grond hiervan zijn verschillende vormen van manipulatieve massagehandgrepen in het gebied van de insertio van de spierpees te verklaren. In een pathologische spieractie leidt een duurcontractie tot verkorting en verdikking van de spiervezel en tot een hypertonie (Hartspann). Hierbij komt het ook tot een verkorting van de spierspoel en een onderbreking van de spierspoelafferenten, d.w.z. deze blijven beneden de ontladinsgfrequentie van de rekreceptoren en de tonusregulatie. De tussen de spierspoel en de peesreceptor bestaande balans wordt verstoord en de fijnafstemming tussen spier en pees gaat verloren. In dit geval spreekt men over een myotendopathie of volgens Brügger van een tendomyose.
De spierspoel die voor de rustspiertonus en het regelen van de spanning zorgt, kan door de ontstane situatie niet meer “vuren”, omdat hij net als de spier eveneens verkort is.
De massage die nu uitgevoerd wordt, bewerkstelligt een door een voorzichtig detoniseren van de pees een verminderd vuren door de Golgirecpetoren en bereikt hiermee een blokkade van de alpha-motoneuronen in de voorhoorn. Hiermede is de eerste stap voor een afname van de hypertonus van de spier bereikt, de “eigenreflex- remming”. Een hypertonus is dus in eerste instantie niet door beïnvloeding van de spierspoelen te bereiken.
Door supraspinale invloed kan door middel van de thalamus en de centra van het vegetatieve zenuwstelsel op een vegetatieve/vagotone manier door detoniserende massagehandgrepen - in het bijzonder lichte effleurages en zacht uitvoerde knedingen - een ontspanning van de spier door remming van de gamma- en alpha-innervatie bereikt worden. Een verdere regeling van de spierspanning door intensievere aansluitende perissages, in het bijzonder de vingertopkneding, brengt door een rekking van de spierspoel de myotatische reflex op gang en regelt daarmee de spierspanning weer naar het normale niveau.
Het is een contractie van een spier, die optreedt als gevolg van passieve rekking van dezelfde spier. In synergisten van deze spier kan hierbij ook een spanningstoename optreden, terwijl antagonisten van deze spieren worden geremd. Passieve rekking van een spier treedt op wanneer uitwendige krachten op het lichaam werken, die de houding dreigen te verstoren (o.a. de zwaartekracht). De myotatische reflex is er op gericht de lengte van een spier constant te houden ten behoeve van de houdingsregulatie.


Bijvoorbeeld:

de zwaartekracht kan een rek van de spierspoeltjes in een spier veroorzaken. Deze zenden via de Ia-afferenten impulsen naar het ruggemerg. Monosynaptisch is er een schakeling van de Ia- afferenten op de alpha-motoneuronen van de agonist en de synergisten die zo geëxciteerd worden. Via een inhiberend schakelneuron komt de remming van de antagonist tot stand. Er is ook een schakeling naar de heterolaterale extremiteit, waar de werking omgekeerd is.

Bijvoorbeeld:

facilitatie van de rechter quadriceps veroorzaakt: inhibitie van de rechter hamstrings;
inhibitie van de linker quadriceps
facilitatie van de linker hamstrings.

Als alleen de myotatische reflex er was, dan zou er geen willekeurig bewegen mogelijk zijn. Je moet je bij willekeurige bewegingen voorstellen, dat de activiteit van de gammavezels zodanig verandert, dat wel de lengte van de intrafusale spiervezels toe- of afneemt, maar dat de rekking van de equatoriale delen met hun annulospirale windingen gelijk blijft. Bij actieve lengteveranderingen van de spieren moet dus een verandering in de activiteit van de motoneuronen steeds gepaard gaan met een gelijk gerichte verandering in de activiteit van de gamma-motoneuronen. Hierdoor zullen de spierspoeltjes zich met de spier mee verkorten en verlengen (alpha-gamma-koppeling). Door excitatie van gamma-motoneuronen is er via deze alpha-gammakoppeling een indirecte excitatie van de alpha-motoneuronen mogelijk, waardoor de desbetreffende spier contraheert. Deze alpha-gamma-koppeling verloopt via de gamma-efferenten op de Ia- en II-afferenten en deze op hun beurt op de alpha 1- en alpha 2-efferenten.